OBSERVATIES

Observatie 7:

Pleidooi voor een goed tv debat

TV Debat Derksen Azarkan Voetbal

De kwaliteit van een televisie-debat wordt niet alleen bepaald door de debaters, maar ook door de talkshowhost. Docent retorica en argumentatieleer Jean Wagemans analyseert een debat tussen Johan Derksen en Farid Azarkan, geleid door Jeroen Pauw. Wagemans “Ik zou pleiten voor een interviewer die vaker ingrijpt om het debat retorisch op de rails te houden”. Het artikel van Haro Kraak is gepubliceerd in De Volkskrant.


 

Observatie 6:

I LIKE PROTESTERS!

Bill Clinton: “I like protesters but the ones that won’t let you answer are afraid of the truth.” 


Observatie 5:

OPVALLEND Dynamisch

Tussen de grijze sprekers op leeftijd viel de veertiger met zijn volle haardos en afgetrainde lijf op. Dat wilde hij ook graag. Hij presenteerde zich als jonger, dynamischer en met een drive die bij die ouderen al jaren zou zijn uitgeblust.

Die positionering onderstreepte hij door heen en weer te benen over het podium. Van links naar rechts, van voor naar achter, iedere vierkante meter werd benut. Alsof hij zijn energie niet in zijn  verhaal kwijt kon. Kennelijk realiseerde hij zich niet, hoezeer zijn eindeloze wandeling afleidde.

Hij voegde daar gebaren bij, ogenschijnlijk  zonder connectie met wat hij vertelde. Snel, struikelend over zijn woorden, met een aaneenschakeling van onaffe zinnen, hinkte, stapte en sprong hij naar zijn einde. De enige dynamiek in de zaal bestond uit het collectief  krommen van tenen.


Observatie 4:

WITTE SOKKENVAL

Wie zich in het openbaar vertoont, moet aandacht besteden aan zijn kleding. Tenminste, als je een goede indruk wilt wekken. Dat geldt voor de complete outfit, en niet alleen voor dat deel dat normaliter aan het publiek getoond wordt.

Dat werd pijnlijk duidelijk toen de advocaat in hetzelfde televisieprogramma belandde als de schoenontwerper. Wat boven de tafel zo gesoigneerd leek, bleek onder tafel van beduidend mindere allure.

Het is ongebruikelijk dat de camera omlaag duikt, om het onderstel van de gasten te tonen. Maar als je met een schoenontwerper in een programma zit, mag je daar wel op verdacht zijn. Nu bleek, dat de advocaat zijn keurige jasje combineerde met een afgedragen broek, witte sokken en instappers waaraan een kwastje ontbrak.


Observatie 3:

De zelfgemaakte sheets

Terwijl de zaal vol verwachting opkeek ontvouwde het projectiescherm zich over de volle breedte van het podium. De verhoudingen waren vertrouwd. Het leek op de breedbeeldtelevisie die iedereen thuis heeft.

Het was dan ook teleurstellend, toen bleek dat de organisatie daarvan ongeveer de helft gebruikte. De titel van het congres verscheen in beeld, niet alleen in zwart wit, maar vooral in een formaat dat vrijwel niemand meer herkent, 4:3.

In dat formaat werden de zelfgemaakte sheets van de sprekers vertoond. Flauwe cartoons, die groot geprojecteerd een te lage resolutie bleken te hebben. Afgewisseld met sheets die compleet volgepropt waren met tekst. De toehoorders zuchtten, smekend om verlossing. 


Observatie 2:

EEN VOORBEELD, BIJVOORBEELD

Het veelbeluisterde zakenprogramma ontving een gast, die uitblonk in zijn kennis van nieuwe technologie, die verder niemand kende en waarvan geen van de luisteraars ooit had gehoord. De presentatrice van het radioprogramma wel.

Zij had zich goed ingelezen en stelde vragen die voor een algemeen publiek relevant waren. Zo down to earth, dat de uitgenodigde whizzkid daarvan geen chocola kon maken. Wat een normaal mens aan zijn nieuwe technologie had?

Die vraag kon hij nauwelijks te beantwoorden. Hij vluchtte in voorbeelden. “Neem bijvoorbeeld, dit voorbeeld, als voorbeeld”, zei hij. Vergetend dat een voorbeeld een illustratie is, en geen vervanger van het antwoord.


Observatie 1:

LOS VAN DE KUDDE

Als kuddedier heb je een diepgewortelde wens: opgaan in de groep. Lekker meehobbelen met de massa. Je gedragen alsof je met zijn allen één groot lichaam bent. Heb je ooit een dier zich zien losmaken om de groep toe te spreken?

Toch is dat precies wat je als spreker doet. Je plaatst je tegenover anderen, eist hun aandacht op en brengt iets te berde wat jij belangrijk vindt. Terwijl het de vraag is of anderen een boodschap aan jou hebben.

Iedere spreker voelt die spanning, vlak voordat hij opgaat. Logisch. Spreken in het openbaar zit niet van nature in mensen.
Spreken, presenteren, een theater opvoeren: het is een kunst die je moet verwerven. Door studie, door oefening, met vallen en opstaan.